Door verschillende oorzaken bijvoorbeeld een ongeval, operatie of huidziekten kan huidbeschadiging optreden. Klachten zoals bijvoorbeeld bewegingsperking, maar ook het cosmetische aspect zijn afhankelijk van de grote van de huidbeschadiging, duur van het genezingsproces en de locatie waar de huidbeschadiging zich bevind. 

‘Gewone’ littekens 

Als een wond(je) of een incisie (na operatie) ‘normaal’ geneest, kan er een ‘gewoon’ litteken overblijven in de vorm van een smalle streep. Na verloop van tijd kan de streep wit van kleur worden of juist donkerder door een sterkere pigmentvorming op die plek. 

Atrofische littekens 

Atrofische littekens ontstaan op het moment dat bij het genezingsproces van de huid onvoldoende nieuw huidmateriaal wordt aangemaakt. Meest bekend is het ‘putjes’ effect na acne of de waterpokken. 

Hypertrofische littekens 

Hypertrofische littekens ontstaan door een overschot aan bindweefselcellen, waardoor het litteken verdikt is en op de huid ligt. De littekens komen relatief veel voor bij jonge mensen, slachtoffers van brandwonden en mensen met een donkere huid. Ze kunnen jeuken of pijn doen. Soms verdwijnen ze weer vanzelf, maar dat kan jaren duren. 

Keloïdale littekens 

Deze zijn vergelijkbaar met hypertrofische littekens maar groeien over de grenzen van het wondgebied heen tot onregelmatige, abnormaal verdikte plekken. Deze littekens komen voornamelijk voor bij jonge mensen en negroïde mensen. Ze kunnen ontstaan tijdens de genezing van operatiewonden, brandwonden, vaccinaties, tatoeages, piercings of acne. 

Afhankelijk van het type litteken kunnen de volgende behandelingen ingezet worden al dan niet met elkaar gecombineerd; littekensmassage, siliconenpleister, microneedling, lymfetape of camouflagetherapie.